16.8.06

De Moord op Albert I



Op zaterdag 17 februari 1934 had de Belgische koning Albert I slechts één officiële verplichting: die avond zou hij in het Sportpaleis van Schaarbeek een trofee overhandigen aan de winnaar van een wielerwedstrijd. Zijn vrouw lag te bed met een lumbago en zijn zoon – de latere Leopold III – was op vakantie in Zwitserland. Koning Albert besloot dan maar de dag aangenaam zoek te maken met zijn favoriete tijdverdrijf: een klimpartijtje in de Ardennen. De koning was een ervaren alpinist; hij had zelfs de Mont Blanc bedwongen.
Albert trommelde zijn kamerknecht op, die hem vaak op zijn bergtochten vergezelde, en samen verlieten zij het paleis van Laken in de zwarte Ford cabriolet van de koning, om naar een klein massief aan de Maas te rijden, in de buurt van Namen. De rotsen van Marche-les-Dames waren een geliefkoosd oefenterrein van de koning.
Albert en zijn kamerknecht hadden alle tijd van de wereld. Ze stapten onderweg nog ergens af om rustig wat te eten. Het was al vier uur geworden toen ze eindelijk de rots le Vieux Bon Dieu bereikten, die de koning wilde beklimmen. Daar zou de koning, volgens de officiële versie van de feiten, aan zijn kamerknecht gevraagd hebben beneden in de auto op hem te blijven wachten, terwijl hij naar boven ging. Om vijf uur zou hij terug zijn.
Maar de koning keerde niet terug op het afgesproken uur. De kamerknecht werd ongerust en trok naar een hereboerderij in de buurt – de woonplaats van baron Eugène Carton de Wiart – waar hij het paleis van Laken telefonisch op de hoogte bracht. Was de koning verdwaald? Had hij een ongeluk gekregen?
Terwijl de kamerknecht en de baron samen met een aantal rijkswachters en boeren de omgeving van le Vieux Bon Dieu begonnen uit te kammen, vertrok in Laken een auto met aan boord de lijfarts van de koning, zijn vleugeladjudant Jacques de Dixmude en de voorzitter van de Belgische Alpinistenclub, graaf Xavier de Grünne. Pas om 2 uur 30 die nacht werd het ontzielde lichaam van de koning ontdekt door kapitein Jacques de Dixmude: hij lag op de rug, de ogen open, star naar de hemel gericht.
Meteen nadat het nieuws de volgende dag bekend werd gemaakt, kwamen de tongen los. De officiële versie van de feiten vertoonde dan ook tal van hiaten en tegenstrijdigheden. Zo verklaarde het parket van Namen dat de koning, op de top van de rots gekomen, tegen een los stuk steen zou hebben geleund, dat hem vervolgens zou hebben meegesleurd in zijn val. De ervaren alpinist zou bijgevolg een onvergeeflijke fout hebben begaan, zoals het ook een onverklaarbare stommiteit was geweest alléén le Vieux Bon Dieu op te klimmen. Alpinisten beoefenen hun sport immers altijd met z’n tweeën, omdat de ene moet instaan voor de veiligheid van de ander. Precies daarom had koning Albert zijn kamerknecht meegenomen.
Maar waarom zou hij dan op het laatste moment gezegd hebben dat die beneden in de auto op hem moest blijven wachten? En hoe valt het te rijmen dat de koning een hele dag alle tijd van de wereld leek te hebben, om vervolgens amper één uurtje te gaan klimmen, waarna hij zich in allerijl terug naar Laken en daarna naar Schaarbeek moest reppen? Waarom vroeg de koning niet aan de voorzitter van de Belgische Alpinistenclub, die blijkbaar ook in Laken verbleef, om hem te vergezellen bij zijn klimpartijtje? Hoe was het mogelijk dat mensen uit de streek al urenlang naar de koning hadden gezocht zonder hem te vinden, en dat kapitein Jacques de Dixmude het lijk al vrijwel meteen aantrof na zijn aankomst bij le Vieux Bon Dieu? Waarom werd het lichaam van de koning, in strijd met alle regels terzake, nog voor het parket ter plaatse kwam naar Laken teruggebracht? Waarom werd er geen lijkschouwing verricht? En als de koning inderdaad twintig, vijftig of tachtig meter diep viel – de schattingen lopen uiteen -, hoe is het dan mogelijk dat hij daar slechts één enkele dodelijke hoofdwonde aan overhield en voor de rest niet het minste schrammetje?
Het zijn deze onbeantwoorde vragen die de geruchtenmolen in gang hebben gezet. Koning Albert had zelfmoord gepleegd, fluisterde men. Of: koningin Elisabeth wilde Leopold zo snel mogelijk op de troon krijgen en had een huurmoordenaar ingehuurd. Of: in de kringen van de hoogste burgerij van dit land werd het niet genomen dat koning Albert zich steeds meer als ‘een armenkoning’ profileerde.
Was het misschien een amoureuze kwestie? Wilde Albert in Marche-les-Dames afrekenen met een rivaal? Had hij prins de Mérode uitgedaagd tot een duel? Werd de prins daarom verbannen naar de Congo, waar hij vervolgens spoorloos verdween?
Er werd gefluisterd dat Albert de avond van zijn dood flink de bloemetjes had buitengezet, samen met zijn vleugeladjudant. In een befaamd Brussels bordeel aan de Avenue Louise zouden ze dure champagne genuttigd hebben met al even dure meisjes van plezier. De koning zou zo dronken geweest zijn, dat hij bij het buitenkomen uitgleed op de stoep en met zijn hoofd op de stoeprand terechtkwam. Vandaar de ene hoofdwonde. Omdat het ondenkbaar was dat de koning-ridder in dergelijke omstandigheden en op een dergelijke plaats zou gevonden worden, heeft Jacques de Dixmude hem toen naar Marche-les-Dames gebracht, aan de voet van de rots gelegd… en een poosje later gevonden als het slachtoffer van een tragisch ongeluk.
Ten slotte werd er ook gedacht aan een politieke aanslag. In 1933 had Hitler de macht gegrepen. De Führer ijverde voor een sterk Duitsland met een sterk leger, maar de geallieerden wilden daar niet van horen. Hitler zette zijn plannen door en begon met de ‘herbewapening’ van Duitsland. Albert verzette zich tegen deze evolutie en hij bezat destijds – als de held van de Eerste Wereldoorlog - een groot gezag in Europa…
De ex-ambassadeur van Duitsland in Parijs, een zekere Köster, verklaarde overigens dat sommige hooggeplaatste nazi’s geloofden dat ze Europa op de knieën konden krijgen zonder een regelrechte oorlog te riskeren. Ze hoefden alleen maar een zestal politieke moorden te plegen. Op hun zwarte lijst kwam de Oostenrijkse kanselier Dolfuss voor, die op 25 juli 1934 inderdaad omkwam bij een aanslag door een geheim agent van de nazi’s. Koning Alexander van Joegoslavië werd op 9 oktober 1934 vermoord in Marseille door een Kroatische fascist. President Titulescu van Roemenië stierf in verdachte omstandigheden in zijn bed en president Edvard Benes van Tsjechoslowakije en de Franse premier Herriot ontsnapten slechts op het nippertje aan de dood.
Koning Albert I van België zou de zesde naam geweest zijn op de zwarte lijst van de nazi’s…

Quiz Vraag (12+): Patrick Bernauw en Guy Didelez schreven een thriller over de moord op Albert I, getiteld Het Februaricomplot. Geef ons de naam van het mannelijke hoofdpersonage uit deze roman. Als jongen van veertien kreeg hij te maken met de Duitse geheim agente...

3 opmerkingen:

Lieve zei

Bestaat er een researchdossier of een verzameld onderzoek over deze feiten? Als journalist in spe interesseert deze kwestie me wel en ik zou er graag meer over weten. Bedankt.

Interactief zei

Bij mijn weten bestaat er alleen een boek van een journalist over deze kwestie + de genoemde jeugdroman.

Anoniem zei

Zou het verhaal waar zijn dat de chauffeur van de Koning, die de zijne Konklijke Hoogheid na een doding in het paleis, naar de "plek" voerde en nadien naar Spanje verhuisde waar een mooie villa ter beschikking stond. Hij zou nooit meer naar Belgie mogen terugkeren hebben ?

Zoeken in deze blog

LinkWithin

Related Posts with Thumbnails